Samenwerking
Samenwerking
Wie vandaag over een gemiddeld bedrijventerrein loopt, voelt het meteen: dit is geen plek waar je graag blijft hangen. Steen, asfalt, hekken en vooral heel weinig groen. Toch brengen hier dagelijks ruim drie miljoen Nederlanders hun werkdag door: een derde van de beroepsbevolking. Wat als juist deze versteende plekken de sleutel blijken tot een gezondere samenleving? Volgens Daphne Teeling, programmacoördinator bij Werklandschappen van de Toekomst, ligt daar een enorme kans voor systeemverandering.
“Dit zijn plekken waar mensen vijf dagen per week samenkomen,” zegt ze. “Stel je voor wat er gebeurt als je die omgeving groener, gezonder en inclusiever maakt. Dan gaan mensen gelukkiger en gezonder van en naar werk.”
Jarenlang keken we naar bedrijventerreinen door een probleembril. Ondermijning, veiligheid, preventie. Het zijn de woorden die het beeld bepalen. “Dat verhaal is niet onwaar,” zegt Teeling. “Maar als je alleen daarop focust, blijf je in het frame van ‘het minder erg maken van het probleem’. Onze aanpak draait het om: we kijken naar het potentieel. Wat kan hier ontstaan? Wat is er mogelijk?”
Werklandschappen van de Toekomst is een landelijk programma dat bedrijventerreinen stap voor stap wil transformeren tot groene, gezonde en toekomstbestendige werkgebieden. Niet met losse projecten, maar via een systemische aanpak waarin overheden, ondernemers, onderwijs, onderzoek en maatschappelijke organisaties samen optrekken. Het programma vindt zijn oorsprong in het Nationaal Groeifonds en kijkt nadrukkelijk verder dan de korte termijn.
Dat vraagt om een paradigmawisseling. Een term die Stephen Covey in 1989 populair maakte in The 7 Habits of Highly Effective People: het frame waaruit je kijkt, bepaalt wat je ziet. Zie je een probleem of een kans? Een versteend terrein of een werklandschap vol toekomst?
Zulke verschuivingen zie je ook op andere plekken in de samenleving. Vroeger was roken op kantoor en zelfs op scholen heel normaal. Tegenwoordig zouden we er meteen wat van zeggen als iemand binnen rookt. Dat is ook systeemverandering: het oude frame loslaten en ruimte maken voor een nieuw perspectief. “Dat is wat we beogen te doen,” vertelt Teeling, “een verandering op gang brengen die zo vanzelfsprekend is, dat je je niet meer kunt voorstellen hoe het vroeger was.”
De ambitie is helder: 1000 bedrijventerreinen in beweging brengen. In Nederland zijn er ruim 3.700 bedrijventerreinen. Dat betekent dat bijna een kwart van alle werklocaties een fundamentele transformatie zal moeten doormaken. Niet langer als grijze dozen langs de snelweg, maar als groene, gezonde werklandschappen waar mensen graag komen. “Door zo’n ambitie neer te zetten, verplicht je jezelf om steeds beter te worden, ambitieus te blijven,” zegt Teeling. “Het doel is nét iets groter en complexer dan comfortabel voelt – precies genoeg om alle radertjes in beweging te zetten.”
Het gaat niet om een zogenaamde “quick fix”. Sinds de jaren zestig zijn bedrijventerreinen in Nederland vooral functioneel ontwikkeld: efficiënt, grootschalig, gericht op logistiek en bereikbaarheid. Ruimte voor groen, ontmoeting of gezondheid speelde nauwelijks een rol. “Als je niets doet, blijft het zoals het de afgelopen zestig jaar is geweest,” zegt Teeling. “Het is toen zo opgezet. Nu is het tijd voor een volgende stap: twee spades diep veranderen is mijn metafoor.”
Met die metafoor bedoelt ze: niet alleen een paar bomen planten of een gevel vergroenen, maar juist de onderliggende structuren veranderen. Van beleid en financiering tot ontwerpprincipes en samenwerking in de keten. Geen oppervlakkige ingreep, maar een fundamentele verschuiving in hoe we deze gebieden zien, plannen en gebruiken. En dat gaat verder dan het terrein zelf. We doen dit voor de BV Nederland. Voor een economie die toekomstbestendig is, waarin gezondheid, leefbaarheid en productiviteit hand in hand gaan.
“We werken niet voor de economie van vandaag of morgen, maar voor overmorgen,” zegt Teeling, “We leggen een fundering. En als we het goed doen, kun je je straks niet meer voorstellen dat bedrijventerreinen ooit anders waren.”
Wat de aanpak van Werklandschappen van de Toekomst anders maakt, is de manier van werken. Niet strak KPI-gedreven of aangestuurd vanuit hiërarchie, maar purpose driven. “De bedoeling is de baas,” benadrukt Teeling. “Dat betekent niet dat iedereen de baas is, maar dat we gezamenlijk eigenaarschap voelen. Het is van ons allemaal.”
Die gezamenlijke beweging loopt horizontaal én verticaal door het systeem: van Europese beleidsmakers tot provincies en gemeenten, van onderwijs tot marktpartijen en leveranciers. Alles beïnvloedt elkaar. “We werken met Living Labs waar we experimenteren, leren en continu bijsturen. Dit zijn bedrijventerreinen die met ons de sprong hebben gewaagd en waar we dingen mogen testen: van nieuwe innovaties tot nieuwe samenwerkingen en regelgeving. We navigeren op waar spanning ontstaat en wat goed werkt en nemen de wijsheid van verschillende betrokkenen serieus.”
In de praktijk lopen goede ideeën vaak vast op systeemfalen: wet- en regelgeving die niet aansluit, vraag en aanbod die elkaar niet vinden. “Daarom is het zo belangrijk dat we door de hele keten werken,” zegt Teeling. “Tegelijkertijd werken we aan marktinnovaties, aan wetenschappelijke onderbouwing en aan curriculumontwikkeling. In elke cel van het systeem moeten we iets in beweging brengen.”
“Op deze schaal en met deze systemische aanpak, pakt nog geen land het hele vraagstuk aan: het vernieuwen van verouderde bedrijventerreinen én het vanaf het begin goed ontwikkelen van nieuwe,” zegt Teeling. “Als wij dat voor elkaar krijgen, zetten we echt een nieuwe standaard.”
Toch draait het niet alleen om beleid en systemen. In de kern gaat het om iets menselijks. “Het begint bij verlangen,” zegt Teeling. “Kun jij je voorstellen dat je later op een fijne, groene plek werkt? Dat je trots bent op het terrein waar je bedrijf zit? Dat je naast zo’n plek wilt wonen?” Die verbeeldingskracht is essentieel. Net als het aangaan van het experiment, ondanks spanning en tegenwind. “Niets doen is geen optie. Dan oogsten we de potentie sowieso niet.”
De beweging wordt gedragen door ambassadeurs: mensen die vanuit hun eigen expertise en taal verschillende doelgroepen aanspreken. Niet alles hoeft via één organisatie te lopen. “Elk verhaal komt op zijn eigen manier aan het licht en bij de juiste doelgroep terecht.”
Het programma loopt in totaal negen jaar; inmiddels zijn er ruim twee jaar verstreken. “We bouwen voort op de schouders van pioniers,” zegt Teeling. “Er gebeurden al goede dingen op Nederlandse bedrijventerreinen, maar vaak geïsoleerd. Het lukte niet om de schaalsprong te maken.”
Dat is precies wat deze aanpak beoogt: van losse initiatieven naar een systemische beweging. Zodat over negen jaar een groen en gezond werklandschap geen uitzondering meer is, maar de norm. “Dan zijn we uit het pionieren,” zegt ze. “Dan is het mainstream. Een onstuitbare beweging.”
En misschien, zo suggereert ze, vraagt dat ook om een nieuwe taal. Een taal die niet begint bij wat er mis is, maar bij wat er mogelijk is. Een taal die economie en ecologie niet tegenover elkaar zet, maar verbindt. “Uiteindelijk,” besluit ze, “bouwen we niet alleen aan werklandschappen. We bouwen aan een groenere en gezondere samenleving.”