Praktijk
Praktijk
Je verwacht het bijna niet, maar op een bedrijventerrein aan de rand van Utrecht ligt een heus stukje natuurrijke oase. Tussen de grijze, oude gebouwen springt er één pand direct uit: dat van Groenpand. Die naam doen ze eer aan, want hun pand is groen, groener, groenst.
We spreken met Fokke Ypeij, facilitair manager van Groenpand. Met een glimlach van oor tot oor laat hij ons het groen zien dat rondom het pand alle vrijheid krijgt om te groeien, bloeien en soms zelfs een beetje te woekeren. Overal staan bloeiende bomen en plantjes die langzaam beginnen op te komen. Er is een plek waar egeltjes kunnen schuilen en voor de compost staat er zelfs een heus wormenhotel.
Tekst: Suzanne Dijk
Terwijl hij een beetje afgeleid raakt door de koolmeesjes die af en aan vliegen naar de vogelhuisjes, vertelt Fokke dat het vergroenen van het pand ‘helemaal niet zo moeilijk’ was. Al helpt het volgens hem wel als je intrinsiek gemotiveerd bent om het te doen. En dat zit bij Groenpand wel goed. Hun missie: de groene energietransitie in een stroomversnelling brengen. Of zoals ze het zelf zeggen: ‘NEE tegen CO2 en voluit JA tegen een gezond klimaat.’
‘We werken hier met mensen die allemaal een bepaalde liefde voor natuur hebben,’ vertelt Fokke. ‘Die liefde proberen we niet alleen over te brengen in gesprekken met klanten, maar ook door te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Dat je geen enorm budget of groot masterplan nodig hebt om te beginnen met vergroenen.’
Toen Groenpand het gebouw in 2019 kocht, zag het er compleet anders uit. Dat dit pand ooit wit en kaal was, kun je je bijna niet meer voorstellen. De witte gevels hebben plaatsgemaakt voor natuurlijk hout dat goed bestand is tegen verschillende weersomstandigheden en rondom het pand werden een boel inheemse bomen geplaatst. ‘Een boom levert relatief makkelijk veel voordelen op,’ vertelt Fokke. ‘Je plant hem eenvoudig, het ziet er direct mooier uit, werkt als een spons bij regenbuien je creëert schaduw in de zomer.’
Naast het pand staat een loods die zo’n twee jaar geleden ook een groene upgrade kreeg. Langs de gevel kwamen hekwerken waar klimplanten vrij hun gang kunnen gaan. ‘Dat was echt nog zo’n stukje waarvan ik en mijn collega Joep dachten: hier mag wel wat meer groen komen,’ vertelt Fokke. ‘Toen besloten we er een soort verticale tuin van te maken. Die is nu zo’n vijf meter hoog, nog niet helemaal tot aan de volledige hoogte van het pand. We gaan eerst eens kijken wat dit doet.’
De aanleg van het hekwerk, inclusief beplanting, kostte ongeveer 10.000 euro en zo’n twee weken tijd om uit te denken en aan te leggen. Samen met collega’s die veel weten van planten en bomen werd gekeken welke soorten waar het beste zouden werken. Daarbij kozen ze grotendeels voor inheemse soorten, op een enkele uitzondering na, zoals de tamme kastanje.
De voorkant van het gebouw ligt op het zuiden. Daar werden planten gekozen die goed gedijen in de volle zon én bijdragen aan biodiversiteit. Aan de zijkant – waar minder mensen komen – is juist extra ruimte gemaakt voor soorten die aantrekkelijk zijn voor insecten en andere dieren.
‘Toen we het net hadden geplant, zag je nog niet zoveel,’ zegt hij terwijl een hommel tussen de paarse bloemen rondzoemt. ‘Maar nu, twee jaar later, zie je dat alles echt goed begint te wortelen.’
Nu het groen goed lijkt aan te slaan, betekent dat ook dat er af en toe wat onderhoud nodig is. Maar veel werk is dat volgens Fokke niet. Een paar keer per jaar trekken collega’s samen wat onkruid uit de grond. Niet alleen functioneel, maar ook meteen een gezellige activiteit met het team. ‘Verder laten we de natuur vooral lekker haar gang gaan,’ vertelt hij.
Ook binnen loopt het groen door. Planten staan verspreid door het pand en vanuit de werkplekken blijf je overal zicht houden op bomen, klimplanten en bloemen buiten. Volgens Fokke doet dat meer met mensen dan je misschien denkt. ‘Ik geniet er echt van om buiten te lunchen,’ vertelt hij. ‘Dan zit je hier gewoon tussen de bomen en zie je ondertussen vogeltjes, hommels en andere diertjes om je heen. Dan voel je je een stuk fijner.’
Aan het einde van onze rondleiding stop Fokke bij een afgezaagd stuk boomstam. ‘Deze boom stond hier al toen we het pand kochten, maar hij is helaas doodgegaan,’ zegt hij. ‘We konden hem natuurlijk weggooien, maar dat vonden we zonde.’ Dus kreeg de boom een tweede leven. Een deel staat nu als een soort kunstwerk op het terrein en in andere stukken werden gaatjes geboord zodat insecten er lekker in kunnen nestelen.
Als we Fokke vragen wat hij andere bedrijven zou aanraden die twijfelen om te investeren in groen, hoeft hij niet lang na te denken. ‘Maak het vooral bespreekbaar,’ zegt hij. ‘Er zijn altijd mensen die ideeën hebben of willen helpen. Je moet gewoon “het zaadje planten” bij hen.’
Hij kijkt even om zich heen, naar het groen dat inmiddels alle ruimte heeft gekregen rondom het pand. ‘Beelden spreken eigenlijk voor zich,’ zegt hij. ‘Want zeg nou zelf: waar zou je liever willen werken? In een kaal pand, of op een plek waar je overal waar je kijkt groen ziet?’