Praktijk
Praktijk
De campus van TU Delft voelt als een park. Het ziet er fraai uit, met plekken waar de natuur bewust de ruimte krijgt om te groeien en te bloeien. Bloemrijke bermen, groene gevels, meer bomen en plekken waar studenten graag neerstrijken. En kijk je nóg beter, dan zie je overal kleine metertjes staan. Want gevoelsmatig weten we dat groen goed doet, maar een universiteit kijkt natuurlijk verder dan dat. Er wordt ook gekeken naar ecologisch aantoonbare winst. Zo wordt de meerwaarde van groen concreet gemaakt.
René Hoonhout, teamleider groenbeheer, werkt al zo’n 36 jaar bij TU Delft en vertelt ons alles over de verandering die hij in de loop der jaren heeft meegemaakt. Hij noemt zichzelf van huis uit een ‘oldskool hovenier’, met als missie om het groen zo strak en netjes mogelijk te beheren. Maar die visie is in de loop der jaren veranderd.
De blik van studenten op de campus heeft hem anders leren kijken naar de buitenruimte: meer vanuit beleving, biodiversiteit en gebruik. ‘Vijftien jaar geleden belden mensen nog of de maaier kapot was,’ vertelt René lachend. ‘Nu vragen ze waarom we al maaien, terwijl er nog van alles bloeit.’
Tekst: Suzanne Dijk
Terwijl hij ons over het terrein begeleidt, neemt hij ons mee in een project dat voor hem het zaadje plantte om ‘anders’ te denken over groenbeheer.
Jaren geleden was er een professor die onderzoek deed naar welke boomsoorten het beste verkoelen. Alleen: de financiering bleek een struikelblok. René kwam met een praktische oplossing. ‘Ik plant elk jaar bomen,’ vertelt hij. ‘Dus ik zei: ik koop die bomen. Jij doet er onderzoek mee, en daarna plant ik ze ergens anders op de campus.’
Zo ontstond een uniek experiment. Drie jaar lang stonden er 76 bomen in bakken op het plein: een levend laboratorium midden op de campus. Onderzoekers verzamelden data, terwijl René en zijn team zorgden voor het beheer.
Een belangrijk moment voor René, want het gaf hem inzicht in dat groen niet alleen ‘mooi’ is om naar te kijken, maar ook iets aantoonbaars oplevert: schaduw, verkoeling en een prettiger verblijfsklimaat. ‘Toen dacht ik: hier moeten we veel meer mee doen.’
En dat deed hij. René begon zelf ook te experimenteren, eerst op plekken waar minder mensen kwamen. Gazonstroken werden minder vaak gemaaid en er werden kruidenmengsels ingezaaid. Wat goed werkte, breidde hij uit. Wat niet werkte, paste hij aan.
Wat begon met relatief kleine experimenten op de campus, groeide uit tot een veel grotere beweging. TU Delft heeft een duidelijke groene koers ingezet, met als ambitie een CO₂-neutrale, klimaatadaptieve en circulaire campus in 2030, met aandacht voor biodiversiteit en leefkwaliteit. Het is dan ook logisch dat de effecten van vergroening worden gemeten.
Die ambitie wordt breed gedragen. Over de hele campus werken onderzoekers, studenten en medewerkers samen aan vergroening, energieoplossingen en circulaire toepassingen. Wat hier wordt getest, is niet alleen bedoeld voor de campus zelf, maar ook voor de wereld daarbuiten.
De campus fungeert steeds nadrukkelijker als levend lab. Niet voor niets werd TU Delft samen met het naastgelegen Schieoevers gekozen als Living Lab van Werklandschappen van de Toekomst. Onderzoekers zoals PhD-kandidaat Jorrit Parmentier gaan na wat vergroening concreet oplevert. Zijn centrale vraag: wat leveren een groene gevel en groendaken écht op in termen van verkoeling, energie en comfort?
Bij de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen is daarvoor een groene gevel aangelegd. Langs de ramen groeien verschillende soorten klimplanten, verdeeld over meerdere vakken. De gevel is uitgerust met sensoren die onder meer temperatuur, luchtkwaliteit, geluid, biodiversiteit en gebruikerservaring meten. Zo ontstaat inzicht in wat gevelvergroening daadwerkelijk doet en hoe die wordt ervaren.
De eerste resultaten zijn veelbelovend, vertelt Jorrit. Gevelgroen lijkt een isolerend effect te hebben, wind af te remmen en geluid te dempen. Ook verlaagt het de temperatuur van de gevel.
Ook groendaken laten duidelijke effecten zien. Vooral in de zomer warmen gebouwen minder snel op, waardoor er minder gekoeld hoeft te worden. Dat kan leiden tot 15% energiereductie en 35% minder uren oververhitting. Zeker bij oudere gebouwen zijn die effecten aanzienlijk.
Wie enkele decennia terugkijkt, ziet hoe een grijs terrein is uitgegroeid tot een groene, levendige omgeving. Het huidige beeld is het resultaat van jarenlange keuzes, experimenten en nieuwe inzichten. En dat levert veel op. In concrete cijfers, maar ook in hoe mensen de campus ervaren. Studenten blijven langer buiten, zoeken elkaar op en maken de ruimte zich eigen.
René kijkt om zich heen, over het groen dat inmiddels alle ruimte heeft gekregen, en blikt vooruit: ‘Wat we hier doen, laat zien dat het kan. We willen niet alleen onze eigen campus vergroenen, maar ook een voorbeeld zijn voor anderen.’