Groene ambities voor steden
De wet is niet alleen belangrijk voor natuurgebieden buiten de stad; ook onze steden krijgen een actieve rol. Steden staan onder druk door hitte, wateroverlast en afnemende biodiversiteit; daar valt dus een hoop te winnen.
Kamerling benadrukt het maatschappelijke belang: ‘In steeds meer EU-lidstaten dringt het door dat natuurherstel niet alleen voor de natuur zelf is, maar juist ook voor ons als mensen. Omdat wij onderdeel zijn van de natuur, profiteren we direct van een gezonde en groene leefomgeving.’
De verordening stelt duidelijke doelen voor stedelijk groen:
- Geen nettoverlies van groen vóór 2030: vanaf 2026 wordt het groenoppervlak gemeten en mag het niet afnemen.
- Toename van groen in 2040 en 2050: tegen 2040 moet het stedelijke groen minimaal met 3% zijn gegroeid en tegen 2050 met 5%. En het gaat niet alleen om parken en plantsoenen: daken, gevels, infrastructuur en private terreinen kunnen ook bijdragen.
- Meer boomkroonbedekking tot 2050: vanaf 2031 wordt iedere zes jaar gemeten hoeveel bomen er in steden staan en hoe vol hun kruinen zijn. Dit is belangrijk voor schaduw, biodiversiteit, wateropvang en luchtkwaliteit.
Hiermee verandert de wet het denken over stedelijke verdichting: bouwen mag, maar vergroenen moet óók.